![]() |
|
||
Actueel
|
Echtscheidingsplaza » Gehuwd » Met kinderenEchtscheidingIn geval van echtscheiding dienen afspraken te worden gemaakt omtrent gezag, omgang, informatie en kinderalimentatie, kan er sprake zijn van partneralimentatie en dient het aanwezige vermogen te worden verdeeld, danwel dient verrekening plaats te vinden.ProcedureDe echtscheidingsprocedure wordt door middel van een bij de rechtbank in te dienen verzoekschrift aanhangig gemaakt.Voor de indiening van dit verzoekschrift zal in ieder geval één partij gebruik dienen te maken van de diensten van een advocaat. Het verzoekschrift kan óf door één partij óf door partijen gezamenlijk worden ingediend. In het eerste geval (eenzijdig verzoek) is het vervolgens uiteraard mogelijk dat de andere partij geen verweer wenst te voeren. Vaak is het echter zo dat de andere partij een eigen advocaat heeft en een verweerschrift indient. Eventueel kunnen partijen, tezamen met hun advocaten, alsnog afspraken maken, maar vaak zal de rechtbank om een beslissing worden verzocht. De rechtbank kan dan een mondelinge behandeling houden om de standpunten van partijen nader uiteengezet te krijgen. In het tweede geval (gezamenlijk verzoek) is het mogelijk om tezamen van één advocaat gebruik te maken, maar verplicht is dit niet. Voorlopige voorzieningenEen echtscheidingsprocedure op eenzijdig verzoek kan enkele maanden duren. Indien er met spoed een beslissing van de rechtbank noodzakelijk is, bijvoorbeeld indien partijen strijden om de echtelijke woning, een omgangsregeling of alimentatie, dan kan bij de rechtbank een verzoekschrift voorlopige voorzieningen worden ingediend. Deze spoedprocedure resulteert in een uitspraak van de rechtbank die geldend is voor de duur van de echtscheidingsprocedure.EchtscheidingsbeschikkingUiteindelijk zal de rechtbank een echtscheidingsbeschikking afgeven. Op dat moment zijn partijen echter nog niet definitief gescheiden. De beschikking van de rechtbank moet eerst nog worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waar partijen gehuwd zijn. Deze inschrijving dient binnen zes maanden nadat de beschikking van de rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan (dat wil zeggen dat er geen hoger beroep bij het Gerechtshof meer ingesteld kan worden) te geschieden. De termijn van hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank bedraagt drie maanden.BoedelverdelingVóórdat kan worden bepaald hoe het aanwezige vermogen tussen partijen dient te worden verdeeld, moet eerst worden bekeken of partijen in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd.Gemeenschap van goederenIndien partijen in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, dient in principe het saldo van alle activa en passiva bij helfte tussen hen te worden verdeeld. Uiteraard is dit in de praktijk vaak lastig, aangezien van veel zaken eerst de waarde moet worden bepaald. Hierbij dient u te denken aan de waarde van de echtelijke woning, de auto, een onderneming of aandelen. Pas nadat alle zaken zijn getaxeerd, kunnen partijen bepalen wat aan wie wordt toegescheiden. Het is dus zeker niet zo dat alle zaken persé moeten worden verkocht, teneinde tot verdeling over te kunnen gaan. Wél is het zo dat de echtgenoot die wordt “overbedeeld” een bedrag aan de andere echtgenoot dient uit te betalen. Partijen kunnen gezamenlijk afspraken maken of een uit te betalen bedrag eventueel in termijnen kan worden betaald.Aangezien een betaling wegens overbedeling voor (bijvoorbeeld) een directeur groot aandeelhouder van een onderneming de nekslag voor de onderneming kan betekenen, komt het voor dat een echtgenoot met minder genoegen neemt dan waar hij of zij recht op heeft, om de andere echtgenoot in staat te stellen de onderneming voort te zetten. Ook is dit mogelijk indien een partij in de echtelijke woning wil blijven wonen, maar onvoldoende middelen heeft om de andere partij uit te kopen. Aangeraden wordt afspraken hierover met een fiscalist te bespreken, aangezien de fiscus dit als een schenking aan de andere echtgenoot kan zien, waardoor er schenkingsrechten dienen te worden betaald. Huwelijkse voorwaardenIndien er huwelijkse voorwaarden zijn opgemaakt, dient aan de hand daarvan tussen partijen verrekend te worden. De afwikkeling van huwelijkse voorwaarden gaat zelden zonder slag of stoot. Met name de interpretatie van het veelvoorkomende zogenaamd “periodiek verrekenbeding” vergt specialistische kennis van de regelgeving en jurisprudentie op dit gebied.Partijen kunnen echter alsnog afwijkende afspraken maken. Ook indien dit het geval is, wordt aangeraden afspraken hierover met een fiscalist te bespreken. EchtscheidingsconvenantZowel in geval van verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, als in geval van afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, is het aan te raden een echtscheidingsconvenant op te stellen. Indien partijen gezamenlijk geen afspraken over de verdeling c.q. verrekening van het aanwezige vermogen kunnen maken, kan de rechtbank om een uitspraak worden verzocht. Deze procedure kan ook los van de eigenlijke echtscheidingsprocedure worden gevoerd.Verevening van het pensioenAparte vermelding verdient de verevening van het pensioen. Bij echtscheiding na 1 mei 1995 geldt de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. Deze wet bepaalt dat in geval van echtscheiding het door ieder der partijen gedurende het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen bij helfte dient te worden verdeeld. Partijen kunnen hieromtrent andere afspraken maken. Wanneer in de akte huwelijkse voorwaarden enkel wordt bepaald dat er sprake is van zogenaamde “koude uitsluiting”, en ieder der partijen houdt wat hij of zij in het huwelijk heeft ingebracht, is dat niet voldoende om de wettelijke pensioenverevening uit te sluiten. Indien partijen hun eigen pensioen wensen te behouden, dient hieromtrent expliciet een bepaling in de akte huwelijkse voorwaarden opgenomen te worden.PartneralimentatieGedurende het huwelijk zijn de echtgenoten verplicht elkaar “het nodige te verschaffen”. Hier ligt de grondslag voor de partneralimentatie na echtscheiding. De rechtbank kan aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten voor zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan verwerven, op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen. Uiteraard kunnen partijen over de hoogte (en duur) van de partneralimentatie ook zélf afspraken maken.Voor de berekening van de partneralimentatie worden de alimentatienormen, zoals die zijn vastgelegd in een rapport van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, gehanteerd. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van enerzijds de behoefte van de alimentatiegerechtigde en anderzijds de draagkracht van de alimentatieplichtige. Alimentatierekenen is een specialisme en dient door een ervaren deskundige op het gebied van personen- en familierecht te worden gedaan. De alimentatieduur is wettelijk beperkt. Als het huwelijk vijf jaar of korter heeft geduurd, en kinderloos is gebleven, is de duur van de alimentatieplicht gelijk aan de duur van het huwelijk. In alle andere gevallen duurt de alimentatieplicht in principe maximaal twaalf jaar. Partijen kunnen echter in onderling overleg ook van de duur van de alimentatieplicht afwijken. In uitzonderlijke gevallen kan om een verlenging van de alimentatieduur van twaalf jaar worden verzocht. KinderenMinderjarige kinderen van twaalf jaar of ouder kunnen door de rechtbank worden gehoord, zodat deze kinderen hun mening over het gezag en een omgangsregeling kunnen geven. Dit kan ook schriftelijk. In bijzondere gevallen kunnen ook kinderen jonger dan twaalf jaar, maar die al wel de achtjarige leeftijd hebben bereikt, worden gehoord. De Raad voor de Kinderbescherming kan op verzoek van de rechtbank om advies worden gevraagd, zodra in de echtscheidingsprocedure de belangen van kinderen aan de orde zijn.Gezag, omgang en informatieGedurende het huwelijk oefenen de ouders gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind(eren) uit. Na echtscheiding blijven de ouders in principe gezamenlijk het gezag uitoefenen, tenzij beide ouders of één van hen de rechtbank verzoeken/verzoekt te bepalen dat het gezag voortaan aan één van hen alleen toekomt. Dit zogenaamde éénhoofdig gezag dient in het belang van de minderjarige kinderen te zijn.Na de echtscheiding gaan de (minderjarige) kinderen van partijen meestal bij één van beide ouders wonen en heeft de andere ouder een omgangsregeling met zijn of haar minderjarige kinderen. Ouders kunnen echter ook kiezen voor zogenaamd co-ouderschap, waarbij de minderjarige kinderen om en om bij beide ouders wonen en waarbij de ouders intensief met elkaar overleg voeren over de dagelijkse verzorging en opvoeding van hun kinderen. Zowel in geval van een omgangsregeling als in geval van co-ouderschap is het van belang om een ouderschapsplan op te stellen. Daarin worden de gemaakte afspraken over onder andere verzorging, ontwikkeling en opvoeding van de minderjarige kinderen vastgelegd. KinderalimentatieOok zullen partijen afspraken dienen te maken over een eventueel door één van de ouders aan de andere ouder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Hiervoor zijn alimentatienormen ontwikkeld, die zowel in de advocatuur als door de rechtbank worden gehanteerd.De hoogte van het bedrag is afhankelijk van enerzijds de behoefte van het kind en anderzijds de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder. De rechtbank gaat er altijd vanuit dat een kind behoefte heeft aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Voor het bepalen van de omvang van deze behoefte wordt uitgegaan van door de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak ontwikkelde normen, waarin de kosten van kinderen worden becijferd. In dit rapport staat een tabel “eigen aandeel kosten van kinderen per maand”, die, afhankelijk van leeftijd, aantal kinderen en het besteedbaar gezinsinkomen gedurende het huwelijk, richtbedragen geeft voor de kosten. Vervolgens zal moeten worden bekeken of de alimentatieplichtige ouder voldoende draagkrachtig is om (gedeeltelijk) in deze behoefte te voorzien. Het is overigens niet zo dat in geval van co-ouderschap er geen sprake kan zijn van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Dit hangt ook af van het inkomen van beide ouders na de echtscheiding. De verplichting tot betaling van kinderalimentatie duurt tot een kind 21 jaar wordt. Tot en met 17 jaar betreft het dan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding en vanaf 18 jaar tot 21 jaar wordt het een bijdrage in de kosten van studie en levensonderhoud genoemd. |
Werkwijze EchtscheidingsPlazaEchtscheidingsPlaza biedt advies en juridische bijstand bij (echt)scheiding. Behandeling van uw zaak is aan een aantal spelregels gebonden:
|